Van schok tot herstel: de kracht van neuroplasticiteit in mediation
Wat gebeurt er als mensen in een conflict steeds opnieuw in dezelfde patronen terechtkomen? En hoe kan kennis over het brein mediators helpen om beweging te creëren? Margaret Diekhuis laat tijdens haar vaksessie Van schok tot herstel zien wat neuroplasticiteit kan betekenen voor mediation. We stelden haar alvast vijf vragen.
Hoe heb je de kracht van neuroplasticiteit leren kennen?
In mijn werk als forensisch- en trauma psycholoog, trainer, supervisor en MfN register mediator houd ik mij al ruim twintig jaar bezig met de invloed van ingrijpende gebeurtenissen op menselijk gedrag, emoties en besluitvorming. Ik zie hoe mensen onder druk soms vastlopen in patronen die ooit functioneel waren, maar hen op een later moment juist belemmeren. Dat geldt bij trauma en verlies, maar ook bij conflicten die mensen langdurig in hun greep houden.
Mijn interesse in neuroplasticiteit is ontstaan vanuit de vraag hoe mensen na een ingrijpende gebeurtenis weer in beweging kunnen komen. Waarom lukt het de ene persoon om nieuwe perspectieven te ontwikkelen, terwijl een ander blijft reageren vanuit angst, boosheid of wantrouwen? En vooral: wat kunnen we doen om dat veranderingsproces te ondersteunen?
Neuroplasticiteit laat zien dat ons brein zich gedurende ons leven blijft aanpassen aan ervaringen, leren en nieuwe omstandigheden. Dat betekent dat ingesleten reactiepatronen niet per definitie onveranderlijk zijn. Die kennis heeft mij geïnspireerd bij het schrijven van mijn boek Van Schok tot Herstel, samen met Jasmijn Derckx. Dit betreft mijn vierde boek en het is een opvolger van het Handboek Trauma- & Rouwverwerking dat ik in 2025 schreef.
Voor mij is de verbinding met mediation heel logisch. Ook daar ontmoeten we mensen die soms zo sterk worden beïnvloed door hun emoties, eerdere ervaringen of ervaren onrecht dat het moeilijk is om nog ruimte te zien voor een andere benadering. Juist dan is het interessant om te onderzoeken hoe we de voorwaarden kunnen scheppen waaronder verandering weer mogelijk wordt.
Wat is neuroplasticiteit precies?
Neuroplasticiteit is het vermogen van ons brein om zich aan te passen aan ervaringen, nieuwe informatie en veranderende omstandigheden. Verbindingen tussen zenuwcellen kunnen veranderen en netwerken in de hersenen kunnen zich anders organiseren. Door herhaling kunnen bepaalde verbindingen en reactiepatronen sterker worden, terwijl andere minder vanzelfsprekend worden.
Dat verklaart mede waarom mensen bepaalde reacties steeds opnieuw vertonen. Als een conflict langdurig gepaard gaat met stress, kan iemand steeds sneller in de verdediging schieten, dreiging ervaren of de ander als tegenstander zien. Het brein reageert dan niet uitsluitend op wat er op dat moment gebeurt, maar ook op eerdere ervaringen en verwachtingen.
Het goede nieuws is dat verandering mogelijk blijft. Nieuwe ervaringen, een andere manier van kijken en het oefenen met ander gedrag kunnen bijdragen aan nieuwe verbindingen en reactiepatronen. Dat gebeurt niet vanzelf en zeker niet van de ene op de andere dag. Het vraagt om voldoende veiligheid, aandacht, herhaling en ruimte om te leren.
Neuroplasticiteit betekent overigens niet dat we met een eenvoudige techniek het brein naar onze hand kunnen zetten. Het biedt wel een wetenschappelijke basis om te begrijpen waarom nieuwe ervaringen en gedragsverandering ertoe kunnen doen.
Waarom is neuroplasticiteit zo waardevol voor mediations?
Omdat mediation niet alleen gaat over het oplossen van een geschil, maar ook over het creëren van ruimte voor mensen om anders naar hun situatie en naar elkaar te kijken.
Wanneer mensen langdurig in conflict zijn, kunnen stress, boosheid, angst en wantrouwen hun vermogen tot reflectie en perspectiefwisseling onder druk zetten. Iemand kan rationeel begrijpen dat samenwerking nodig is, maar emotioneel toch blijven reageren vanuit verdediging of strijd. Meer argumenten of nóg een juridische redenering zijn dan niet altijd voldoende om beweging te creëren.
Kennis van neuroplasticiteit helpt mediators om beter te begrijpen waarom het belangrijk is om niet alleen aandacht te besteden aan de inhoud van het conflict, maar ook aan de emotionele en psychologische omstandigheden waaronder partijen met elkaar communiceren.
Dat vraagt bijvoorbeeld om aandacht voor het tempo van een gesprek, het herkennen van stressreacties, het herstellen van voldoende veiligheid en het stellen van vragen die partijen uitnodigen om hun eigen aannames te onderzoeken. Wanneer iemand zich gehoord voelt en minder vanuit dreiging reageert, kan er meer ruimte ontstaan om informatie te verwerken, belangen te verkennen en alternatieven te overwegen.
Voor MfN-registermediators en advocaten is dat bijzonder relevant. Het helpt om onderscheid te maken tussen wat partijen juridisch of rationeel zeggen te willen en wat zij op dat moment emotioneel kunnen overzien of verdragen. Het biedt bovendien aanknopingspunten om gesprekken zo te begeleiden dat partijen niet alleen tot afspraken komen, maar ook beter begrijpen wat er nodig is om die afspraken in de praktijk vol te houden.
Neuroplasticiteit vervangt de juridische of mediation technische expertise uiteraard niet. Het vormt een waardevolle aanvulling daarop: inzicht in de menselijke veranderprocessen die onder een conflict liggen.
Kun je een succesvol praktijkvoorbeeld noemen?
Een herkenbare situatie is die van twee partijen die na een langdurig conflict tegenover elkaar zijn komen te staan. Beiden voelen zich tekortgedaan en ervaren het gedrag van de ander als bewijs dat ze niet worden gerespecteerd. Elk voorstel wordt daardoor al snel geïnterpreteerd als een poging om de ander iets af te nemen. De gesprekken blijven in dezelfde cirkel ronddraaien.
In zo’n situatie kan het helpen om eerst het patroon zichtbaar te maken, in plaats van direct opnieuw naar een oplossing te zoeken. Wat gebeurt er bij de een wanneer de ander een bepaald standpunt inneemt? Welke reactie volgt daarop? En hoe bevestigt die reactie vervolgens de overtuiging van de ander?
Wanneer partijen dat patroon beginnen te herkennen, kan er iets veranderen. De mediator kan hen helpen onderscheid te maken tussen feiten, interpretaties, emoties en onderliggende belangen. Door vervolgens andere vragen te stellen, goed te luisteren en kleine alternatieven te verkennen, kunnen partijen ervaren dat een gesprek ook anders kan verlopen dan ze gewend zijn.
Het succes zit dan niet uitsluitend in het bereiken van een overeenkomst. Het kan ook blijken uit het moment waarop iemand voor het eerst de intentie van de ander durft te onderzoeken, een eigen aanname bijstelt of een reactie kiest die niet automatisch uit het oude conflictpatroon voortkomt. Dat kan de basis vormen voor constructievere onderhandelingen en duurzamere afspraken.
Dit is een illustratief praktijkvoorbeeld, geen beschrijving van één specifieke cliëntsituatie. Het laat zien hoe inzichten over stress, leren en gedragsverandering toepasbaar kunnen zijn in mediation. Neuroplasticiteit op zichzelf bewijst natuurlijk niet dat een mediation succesvol zal zijn; de uitkomst hangt af van veel factoren, waaronder de bereidheid en mogelijkheden van de betrokken partijen.
Waarom denk je dat dit onderwerp zoveel congresdeelnemers aanspreekt?
Ik denk dat de belangstelling voortkomt uit de behoefte om mediation verder te verdiepen dan de gebruikelijke technieken en gespreksmodellen. Mediators en advocaten hebben veel kennis van belangen, onderhandeling en juridische kaders. Maar wanneer emoties hoog oplopen en partijen elkaar niet meer lijken te kunnen bereiken, ontstaat vaak de vraag: wat gebeurt er nu eigenlijk bij deze mensen, en hoe kunnen we daar professioneel op aansluiten?
Neuroplasticiteit biedt een fascinerende verbinding tussen wetenschappelijke inzichten over het brein en de dagelijkse praktijk van conflicten. Het helpt ons begrijpen waarom mensen onder stress soms minder goed kunnen reflecteren, waarom gedragspatronen zich herhalen en hoe nieuwe ervaringen ruimte kunnen bieden voor verandering.
In mijn vaksessie Van schok tot herstel wil ik die inzichten vertalen naar de mediation praktijk. Niet als een theoretisch college over de hersenen, maar als een uitnodiging om met een andere blik naar conflict, gedrag en herstel te kijken. Wat vraagt een situatie van de mediator? Wanneer is het zinvol om te vertragen? Hoe help je partijen om opnieuw perspectief te ontwikkelen zonder hun emoties te bagatelliseren of de verantwoordelijkheid bij hen weg te nemen?
Mijn doel is dat deelnemers naar huis gaan met nieuwe inzichten én concrete aanknopingspunten voor hun eigen praktijk. Want uiteindelijk gaat het mij om één centrale vraag: hoe kunnen we mensen helpen om niet gevangen te blijven in wat er is gebeurd, maar weer ruimte te ervaren voor wat er mogelijk is?
Dat is voor mij de essentie van Van Schok tot Herstel en precies waarom neuroplasticiteit zo’n waardevolle invalshoek is voor mediation.

Meer weten over deze vaksessie?
Deze vaksessie wordt gegeven in ronde 2 van het middagprogramma tijdens het Mediationcongres.
Bekijk deze en alle andere vaksessies hieronder.
